- CG-raad roept overheid op overheveling goed te begeleiden
- Kabinet hevelt 'begeleiding' over naar Wmo
- VCP presenteert leesbaar boekje Wmo
- Wmo leidt tot uitgesteld beroep op de Awbz
- Nieuwe model verordening Wmo
- Gemeenten gaan Wmo radicaal anders invullen
- Informele zorg in de praktijk
- WMO kanteling deel 2
- Gemeenten kunnen meer doen voor mensen met een beperking
- Kanteling Wmo: Iedereen doet mee
- Moet langdurige zorg naar Wmo?
- Wetsvoorstellen Wmo aangenomen
- Beleidsmaker geeft eigen invulling aan begrip 'kwetsbare groep'
- Betrokkenheid Wmo in kaart gebracht
- Inkomensgrens past niet bij de Wmo
- Wmo vloert vrijwilligersorganisaties
- Online AWBZ-aanvraag onverwacht succes
- Met één beperking naar meer loketten
- Collectief vervoer is individuele voorziening
- Uitbreiding mantelzorgcompliment
- Knelpunten bij indicatiestelling
- Mantelzorgcompliment zonder korting op uitkering
- Ondersteuning WMO aanvragen gemeente Westerveld
- WMO raad Westerveld
- Algemene brochure WMO
- Eigen bijdrage WMO
- Contactpunt mantelzorg en WMO
- WMO hoe zit dat?
In maart 2010 promoveerde Lilian Linders met een onderzoek naar de informele zorg in een volkswijk in Eindhoven.
De invoering van de Wmo was voor Lilian Linders aanleiding van haar onderzoek. Het doel van de Wmo is dat iedereen met of zonder beperking meedoet aan de samenleving. Daarin wordt een actieve houding verwacht van de burger en wordt eerder een beroep gedaan op de informele zorg. Het is de bedoeling dat mensen meer voor zichzelf en elkaar gaan zorgen en minder een beroep doen op dure professionele zorg. Uit het onderzoek van Linders komen een aantal problemen naar voren.
Niet om hulp vragen
Knelpunt in informele zorg ligt niet aan een tekort aan aanbod, maar aan het niet vragen om hulp. Mensen presenteren zich niet graag als hulpvragende of kwetsbare burger en kennen een ‘vraagverlegenheid’. Daarnaast accepteren veel mensen moeilijk hulp. Men vindt dat je beter hulp kunt geven dan hulp ontvangen. In het onderzoek in de wijk Drentsdorp in Eindhoven kwam naar voren dat buurtbewoners graag wat afstand houden tot elkaar en zich niet ongevraagd met anderen bemoeien. Deze ‘handelingsverlegenheid’ is in combinatie met de vraagverlegenheid funest voor het tot stand komen van onderlinge hulp.
Vooral lotgenoten
Een ander opmerkelijk punt uit het onderzoek is dat de hulp die geboden wordt, voornamelijk komt van mensen die zelf ook hulp ontvangen. Het is niet zo dat de sterkste schouders de lasten dragen. Meestal zijn het mensen met problemen die elkaar helpen. Dat is ook niet vreemd. Niet alleen bij buurtgenoten, maar ook bij familieleden en vrienden is het zo dat mensen met psychische of sociale klachten geneigd zijn op elkaar terug te vallen. Contacten worden makkelijker gelegd of aangehaald wanneer beide partijen in een vergelijkbare situatie verkeren of lotgenoten zijn. Ook de factor tijd speelt een rol: ouderen en mensen met een uitkering hebben meer tijd om te helpen en er wordt minder makkelijk een beroep gedaan op iemand met een drukke baan of gezin.
Kanteling
Lilian Linders sluit af met een aantal aanbevelingen voor het werkveld en beleidsmakers. Het tot stand brengen of stimuleren van informele zorg of het bij elkaar brengen van professionele zorg en informele zorg vraagt om andere competenties van de sociale professionals. Er is een andere mentaliteit en werkhouding van sociale professional nodig. Ook is een nieuwe oriëntatie van beleidsmakers nodig om de patstelling tussen vraagverlegenheid en handelingsverlegenheid te doorbreken.
Download het proefschrift.