Op 28 oktober heeft de Centrale Raad voor Beroep (CRvB) zich uitgesproken over drie Wmo-zaken waarin de vraag centraal stond of collectief vervoer een algemene of juist een individuele voorziening is. De CRvB is de hoogste rechter voor Wmo-zaken.

De CrvB vindt dat collectief vervoer een individuele voorziening. Zij komt tot dit oordeel omdat collectief vervoer niet zomaar toegankelijk is. Gemeenten onderzoeken eerst of de aanvrager recht heeft op collectief vervoer en of collectief vervoer een goede oplossing is voor het probleem van de aanvrager.

De gemeente moet, volgens de CRvB, onderzoeken of collectief vervoer past bij de beperkingen, de persoonskenmerken en de vervoersbehoefte van de aanvrager. Verder moet de voorziening de zelfredzaamheid en deelname aan het maatschappelijk leven mogelijk maken of houden. De gemeente mag wel kijken of de aanvrager zelf ook kan bijdragen aan de kosten van het vervoer.

In principe mag u bij een individuele voorziening kiezen of u een persoonsgebonden budget wilt, of een voorziening in natura. Voor collectief vervoer geldt dat meestal niet, volgens de CRvB. Het collectief vervoer kan namelijk alleen bestaan bij voldoende deelnemers. Een uitzondering kan gelden voor mensen die meerdere vervoersvoorzieningen hebben, waaronder collectief vervoer. Voor deze groep kan een persoonsgebonden budget wel een betere oplossing zijn.