Bewoners zijn in een kleinschalige woonomgeving wat beter af, maar traditionele verpleeghuizen presteren op veel zaken op hetzelfde niveau. Beide hanteren vaak een aanpak met vertrouwde zorg door bekende gezichten, zo blijkt uit promotieonderzoek van Selma te Boekhorst.

Te Boekhorst onderzocht wat kleinschalig wonen niet precies typeert en wat het effect ervan is op bewoners, mantelzorgers en verzorgenden. Ook vergeleek ze kleinschalige woonvormen met moderne, maar traditionele verpleeghuizen. Uit haar onderzoek blijkt dat kleinschalig wonen niet zozeer wordt bepaald door de fysieke omgeving, maar door de manier waarop de zorg voor bewoners is georganiseerd. De kern van kleinschalig wonen is het bieden van een permanent thuis met vertrouwende gezichten en vaste verzorgenden.

Sociale steun
Mantelzorgers knappen op na opname van hun familielid in welk type verpleeghuiszorg dan ook. Hun psychische gezondheid blijft wel zorgwekkend. Voor verzorgenden heeft werken in een kleinschalige woonvorm positieve effecten op het welzijn. Reden hiervoor zijn lagere werkeisen, meer autonomie en meer sociale steun.

Het beste
Misschien, zo concludeert Te Boekhorst, moet toekomstige verpleeghuiszorg voor mensen met dementie bestaan uit het beste dat zowel kleinschalig wonen als traditionele verpleeghuizen te bieden hebben.

Bron: Zorg en Welzijn