(Novum) - Vijftig- tot honderdduizend mensen die mantelzorg verlenen, zijn in 2007 minder gaan werken om voor hun partner of te kind te zorgen. Dat is zeven procent van alle mantelzorgers. Drie procent van de mantelzorgers stopte tijdelijk of helemaal met werken. Het is vooral de mantelzorg voor een kind of partner die zwaar en langdurig is, concludeert het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dinsdag.

In 2007 zorgden 3,5 miljoen Nederlanders voor zieken en gehandicapten in hun naaste omgeving. Bijna de helft van de gevallen was sprake van ernstige zorgsituaties.

Zeventien procent van de mantelzorgers voelt zich zwaar belast of overbelast en vijftien procent zegt dat de eigen gezondheid er door de hulp op achteruit gaat. Eenzelfde percentage voelt zich somberder of neerslachtiger. Dit gebeurt het vaakst bij mensen die voor hun partner of kind zorgen. Daar staat tegenover dat driekwart van de mantelzorgers zegt dat de relatie met hulpbehoevenden intenser en intiemer wordt.
Van de mantelzorgers vindt tachtig procent de hulp vanzelfsprekend, een derde van hen laat meewegen door de eigen hulp opname in een tehuis te willen voorkomen. Soms is de mantelzorg noodzakelijk; 23 procent van de geënquêteerden geeft aan dat er niemand anders beschikbaar is om voor een hulpbehoevende te zorgen.

De hulp aan een partner of kind wordt als zeer intensief ervaren en kost ongeveer veertig uur per week. Bij een partner duurt de zorgsituatie gemiddeld vijf jaar en bij een kind negen jaar. Veertig procent van de mantelzorgers zorgt voor een ouder of schoonouder, bijna tien procent zorgt voor een kind.

De conclusies van het SCP staan omschreven in het rapport 'Mantelzorg' dat dinsdag is gepubliceerd. Voor de enquête in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn door het Centraal Bureau voor de Statistiek bijna 2500 mantelzorgers ondervraagd.

Bron: www.Trouw.nl